‘Charter kwalitatieve tandheelkunde’

De 10 belangrijkste controlepunten voor u als paardenhouder:

  1. Vraag uw dierenarts/gebitsverzorger naar zijn of haar competenties. Durf verder vragen bij een vaag antwoord als; ‘ik studeerde in Amerika’. Heeft deze persoon ook de nodige anatomische en medische kennis over paarden en kennis over de rijkunst in het algemeen?
  2. Uw dierenarts/gebitsverzorger dient minimaal te beschikken over een gedegen mondsperder om de mond te openen, een goede hoofdlamp (of lampje in de mond van het paard) en een spiegeltje (of speciale camera).
  3. Water is vereist om de mond grondig te kunnen spoelen en de mond grondig te inspecteren.
  4. Controle van het gebit gebeurt met het oog (nood aan lichtbron), de neus (reuk) en met de hand (gevoel).
  5. Het paardenhoofd wordt best op ooghoogte ondersteund om de mondholte makkelijk visueel te kunnen inspecteren (dit dmv statief of veilig katrolsysteem). Het ondersteunen van het hoofd door bv. de eigenaar is weinig ergonomisch.
  6. Slechts een minderheid van de paarden laat een grondige gebitsbehandeling gewillig toe. Inzake dierenwelzijn en veiligheid van de behandeling voor paard en omstaanders is het raadzaam dat uw dierenarts/gebitsverzorger de paarden kan versuffen (sederen). Dit houdt - indien deskundig uitgevoerd - nauwelijks risico’s in maar mag per injectie enkel door de dierenarts worden uitgevoerd. Vraag jou gebitsverzorger hoe hij moeilijk behandelbare paarden onderzoekt en behandeld. Werkt hij samen met een dierenarts voor zulke patiënten? Het uitvoeren van diergeneeskundige handelingen door niet-dierenartsen is wettelijk strafbaar, er kan in geval van schade dan ook geen beroepsverzekering worden aangesproken.
  7. Routinematige gebitsverzorging kan zowel uitgevoerd worden met handvijlen als met elektrische apparatuur. De laatste verdient de voorkeur vanwege zijn precisie en diervriendelijkheid. Wantrouw diegene die slechts een enkele vijl hanteert. Gezien de verschillende plaatsen in de mond die bereikt moeten worden is een set van 3 tot 5 handvijlen het absolute minimum. Ook bij elektrische apparatuur moet het apparaat onder verschillende hoeken kunnen werken. Gebitsverzorgers of dierenartsen die behandelingen uitvoeren op niet-gesedeerde paarden werken veiligheidshalve beter niet met elektrische apparatuur.
  8. Vraag uw dierenarts/gebitsverzorger mee te mogen kijken en voelen, overtuig uzelf dat hij ook de laatste kiezen (moeilijkst bereikbaar) heeft bereikt. Kan hij u de nodige uitleg verschaffen?
  9. Bekijk het eindresultaat, scherpe randen dienen verwijderd te zijn maar het einddoel is geen gebit als een gladde biljarttafel. Wees op uw hoede voor te agressieve behandeling van de tanden. Uw paard heeft deze tanden elke dag nodig om moeilijk te kauwen voer fijn te malen.
  10. Maakt uw dierenarts/gebitsverzorger een overzicht van het uitgevoerde werk? Dit kan handig en overzichtelijk met behulp van een tandenkaart. Zo kan een nauwgezette opvolging gebeuren.